Nagekomen bericht

“Als Je Deze Brief Leest” (instrumentaal)

De afgelopen week heb ik mezelf begraven in de zolderstudio ‘om nu eens eindelijk die plaat af te maken’. Welnu, die plaat is niet af, maar dat wist ik eigenlijk ook wel al van tevoren. Er is wel vooruitgang geboekt, muzikaal, tekstueel, conceptueel en spiritueel. Ongeacht de verschijningsdatum of -vorm wordt het een tof stukkie muziek. Gisteravond een Grote Mixdown gemaakt. Twaalf liedjes, ruim 45 minuten. Misschien valt er een nog af, misschien komt er nog een bij. Er moet nog een instrumentaal ding komen. Dat is een beetje traditie geworden. Ondertussen zitten er een paar dikke hits vol onontkoombare hooks in. U kent mij zo langzamerhand wel een beetje. Veel kwaliteit voor bijna geen geld.

Pro-tip: studio’s op zolder worden warm in een hittegolf. Echt. Daar kan geen dakraam tegen open worden gezet. Daar komt bij dat ik de buurt ook wel te vriend wil houden en als ik die allesverwoestende gitaarsolo om half twee ’s nachts wil opnemen, ik dat dan toch met het dakraam dicht doe. Maar goed, hittegolf dus. Zweten in de studio. Dan is een ventilator het belangrijkste stukje studiogear dat je nodig hebt. Real life saver.
Een week geleden onderbrak het glorieuze vakantiegevoel van Ameland om mezelf in een hok van 3 bij 3 op te sluiten en eens al die opnames te maken die al een half zijn blijven liggen als idee vanwege drukte, werk, gezin, moe, en andere excuses. Elk jaar kijk ik er naar uit want een week lang ongestoord jezelf zijn en iets doen wat je het liefste doet is natuurlijk een dun schijfje hemel midden in de zomer. Geen afleiding, volle concentratie, focus op De Kunst Van Het Creëren. Om dan na 3 dagen van te weinig slaap en gebrek aan overzicht en tegenvallende werkelijkheid en, eerlijk is eerlijk, heimwee naar de rest van het gezin (mijn volgend album gaat “Softie” heten), kapothard in een depressie te vallen.
Want het is een hoop werk als je alles zelf doet. En nog meer werk als je niet precies weet waar je naar toe wil en je dat al doende moet zien uit te vogelen. De enige mensen die ik spreek zijn het meisje achter de kassa van de supermarkt (‘Hoi.’ ‘Mag ik pinnen?’ ‘Nee, geen zegels.’ ‘Doeg.’) en mijn lief en/of een van de kinderen waar ik mij dan stoerder zit voor te doen dan ik ben. Een soort cabin fever maakt zich van mij meester. Opgesloten in mijn eigen hoofd.
Als het lekker loopt vliegen de uren voorbij. Dan kan ik alles overzien en worden ideeen uitgeprobeerd en knopen doorgehakt zonder enoge moeite. Als alles tegenzit (dit jaar gelukkig geen onoverkomelijke hardware-problemen) loop ik vooral veel rondjes door het huis, ga nutteloze feitjes googlen en ga films downloaden om te kijken in mijn ‘vrije uren’. Niet dat ik tijd heb om 26 films te kijken, het gaat om het idee. De enige manier om uit zo’n dal te komen is om een ommetje te maken, boodschappen doen, en het weer opnieuw te proberen. Blijven proberen. Tot het af is.
De laatste paar dagen kwam de gang er weer in. Waarschijnlijk omdat ik het resultaat (Het! Moet! Nu! Af!) kon loslaten. Taoïstisch studiowerk, zoiets. De zelfopgelegde druk weg en vanuit ontspanning (ik geef toe: klinkt heel zweverig maar is eigenlijk heel down to earth en nogal wiedes). Dus nu: nog veel werk te doen en tegelijk een flinke stap gezet. De komende weken gaan we die verder uitwerken. In een ander tempo en een andere intensiteit.

Mijn eerste aanzet, een hele poos geleden, was dus prog. Daarna stolde de realiteit en na deze week kan ik melden dat er een soort van Death Cab For Cutie-ness over de liedjes heen hangt. Dat is denk ik de kijk- dan wel luisterrichting voor nu. Kunt u hier iets mee, qua voorstellingsvermogen? Mooi zo.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *