NAGEKOMEN BERICHT #2

Alleen Maar Niet Eenzaam

Iets wat ik mezelf nog niet had gerealiseerd, is dat dit album een echt solo-album wordt. Niet dat dat het plan was vanaf het begin, ik heb er niet echt bij stilgestaan. Nu ik echter al zover ben met schrijven en opnemen voelt het goed om het nu ook zelf af te maken. Met alle voor- en nadelen van dien natuurlijk. Belker is natuurlijk geen bandje. Belker is een eenmansproject waar op gezette tijden anderen een niet onbelangrijke rol in vervulden en waarschijnlijk zullen vervullen. Maar nu even niet voor Radio De Maan. Dit wordt een solovlucht.

Ergens ook wel toepasselijk. De plaat gaat over eenzaamheid en isolement (zoals alle conceptalbums over isolement gaan: ‘Tommy’, ‘The Wall’, ‘Hand.Cannot.Erase’ etc.) en dan heeft het wel wat als ik de muziek maak in een zelfgekozen afzondering. Goedbeschouwd maak ik mijn muziek altijd alleen. Ik probeer zo veel mogelijk zelf te spelen en te zingen. Af en toe heb ik iets in mijn hoofd en dan springt er iemand bij met zijn of haar talent. Of het nu gaat om het Brian Wilson Memorial BBQ Koor van Tal (die trouwens een damn fine mix-persoon is), of de bas van Hidde, de steelguitar van Jan, de stem van Sophie, drums van Jan of Nicky en niet te vergeten de gitaarsolo van Bas, zij doen allemaal iets wat ik niet kan. Of beter gezegd, niet zó kan. Zij brengen met hun partij hun eigen persoonlijkheid in mijn liedje en dat is een wonderlijk en fantastisch gegeven. Een ander perspectief, ander DNA.
Voor nu voelt het goed om zelf door te blijven modderen, in datzelfde trage tempo. Langzaam laverend tussen besluiteloosheid, hoop en een paar goede ideeën. Low and slow. Of: There’s no business like slow business.

Nagekomen bericht

“Als Je Deze Brief Leest” (instrumentaal)

De afgelopen week heb ik mezelf begraven in de zolderstudio ‘om nu eens eindelijk die plaat af te maken’. Welnu, die plaat is niet af, maar dat wist ik eigenlijk ook wel al van tevoren. Er is wel vooruitgang geboekt, muzikaal, tekstueel, conceptueel en spiritueel. Ongeacht de verschijningsdatum of -vorm wordt het een tof stukkie muziek. Gisteravond een Grote Mixdown gemaakt. Twaalf liedjes, ruim 45 minuten. Misschien valt er een nog af, misschien komt er nog een bij. Er moet nog een instrumentaal ding komen. Dat is een beetje traditie geworden. Ondertussen zitten er een paar dikke hits vol onontkoombare hooks in. U kent mij zo langzamerhand wel een beetje. Veel kwaliteit voor bijna geen geld.

Pro-tip: studio’s op zolder worden warm in een hittegolf. Echt. Daar kan geen dakraam tegen open worden gezet. Daar komt bij dat ik de buurt ook wel te vriend wil houden en als ik die allesverwoestende gitaarsolo om half twee ’s nachts wil opnemen, ik dat dan toch met het dakraam dicht doe. Maar goed, hittegolf dus. Zweten in de studio. Dan is een ventilator het belangrijkste stukje studiogear dat je nodig hebt. Real life saver.
Een week geleden onderbrak het glorieuze vakantiegevoel van Ameland om mezelf in een hok van 3 bij 3 op te sluiten en eens al die opnames te maken die al een half zijn blijven liggen als idee vanwege drukte, werk, gezin, moe, en andere excuses. Elk jaar kijk ik er naar uit want een week lang ongestoord jezelf zijn en iets doen wat je het liefste doet is natuurlijk een dun schijfje hemel midden in de zomer. Geen afleiding, volle concentratie, focus op De Kunst Van Het Creëren. Om dan na 3 dagen van te weinig slaap en gebrek aan overzicht en tegenvallende werkelijkheid en, eerlijk is eerlijk, heimwee naar de rest van het gezin (mijn volgend album gaat “Softie” heten), kapothard in een depressie te vallen.
Want het is een hoop werk als je alles zelf doet. En nog meer werk als je niet precies weet waar je naar toe wil en je dat al doende moet zien uit te vogelen. De enige mensen die ik spreek zijn het meisje achter de kassa van de supermarkt (‘Hoi.’ ‘Mag ik pinnen?’ ‘Nee, geen zegels.’ ‘Doeg.’) en mijn lief en/of een van de kinderen waar ik mij dan stoerder zit voor te doen dan ik ben. Een soort cabin fever maakt zich van mij meester. Opgesloten in mijn eigen hoofd.
Als het lekker loopt vliegen de uren voorbij. Dan kan ik alles overzien en worden ideeen uitgeprobeerd en knopen doorgehakt zonder enoge moeite. Als alles tegenzit (dit jaar gelukkig geen onoverkomelijke hardware-problemen) loop ik vooral veel rondjes door het huis, ga nutteloze feitjes googlen en ga films downloaden om te kijken in mijn ‘vrije uren’. Niet dat ik tijd heb om 26 films te kijken, het gaat om het idee. De enige manier om uit zo’n dal te komen is om een ommetje te maken, boodschappen doen, en het weer opnieuw te proberen. Blijven proberen. Tot het af is.
De laatste paar dagen kwam de gang er weer in. Waarschijnlijk omdat ik het resultaat (Het! Moet! Nu! Af!) kon loslaten. Taoïstisch studiowerk, zoiets. De zelfopgelegde druk weg en vanuit ontspanning (ik geef toe: klinkt heel zweverig maar is eigenlijk heel down to earth en nogal wiedes). Dus nu: nog veel werk te doen en tegelijk een flinke stap gezet. De komende weken gaan we die verder uitwerken. In een ander tempo en een andere intensiteit.

Mijn eerste aanzet, een hele poos geleden, was dus prog. Daarna stolde de realiteit en na deze week kan ik melden dat er een soort van Death Cab For Cutie-ness over de liedjes heen hangt. Dat is denk ik de kijk- dan wel luisterrichting voor nu. Kunt u hier iets mee, qua voorstellingsvermogen? Mooi zo.